het bedrijf |

werkzaamheden |

publicaties

 

 

 

Het bedrijf

Wie is de Cannenburgh?

BouwGarant Aannemer

Erkend Restauratie Bouwbedrijf

Erkend leerbedrijf

Aangesloten bij...

Adresgegevens

Contactformulier

Werkzaamheden

Restauratie

Renovatie

Verbouwingen

Monumenten onderhoud

Machinale Timmerwerken

Meerjaren Onderhoudsplan

Meest gestelde vragen

Publicaties

Trouw (mei 2010)

Parool (mei 2010)

Huys (okt. 2009)

Herenhuis (sept-okt 2009)

Verbouwblad (aug. 2009)

Archief

Gearchiveerde publicaties

 

Publicaties t/m 2002

Bouwbedrijf
BouwNed prijsuitreiking
Cobouw
ESsets
Verbouwblad
Vivenda
Volkskrant

(bron: “Bouwbedrijf” januari 1998)

Hans Valks van De Cannenburgh eerste Erkende Hoofdaannemer in Amsterdam:

“Het is de toon die de muziek
maakt en bepaalt of de
opdrachtgever tevreden is”

“Ik wil er geen doekjes om winden. Mocht je denken dat je als aannemer goed bent, dan word je met het cursusprogramma Erkende Hoofdaannemer met beide benen op de grond gezet. Je krijgt als het ware een spiegel voorgehouden. Maar ik kan zeggen dat het voor je bedrijf perfect is. Ik ben er dan ook van overtuigd dat we op allerlei gebieden een behoorlijke rendementsverbetering zullen krijgen.”

Aan het woord Hans Valks, directeur / eigenaar van Aannemingsmaatschappij “De Cannenburgh” die als eerste bedrijf in Amsterdam het certificaat “Erkende Hoofdaannemer” kreeg uitgereikt. Niemand minder dan Paulien Krikke, de Wethouder van Economische Zaken in Amsterdam, was hiervoor gestrikt.

Muziek
Ter gelegenheid van de bijzondere gebeurtenis nodigde Hans zijn relaties uit voor een uniek concert waarmee hij aangaf dat bouwen niet alleen een vak is van steen, hout en ijzer, maar vooral ook van fijnzinnige afstemming, gevoel voor harmonie en een onmisbare passie voor het werk zelf. “Middels 54 toetsen weten wij bouwmuziek voort te brengen waar geoefende pianisten 88 toetsen voor nodig hebben. Het is echter de toon die de muziek maakt en bepaalt of een opdrachtgever tevreden is.”

Kwaliteit voerde bij Hans’ vader, die bijna zestig jaar geleden als timmerman voor zichzelf begon, al de boventoon. Hans handhaafde deze toon en bouwde het bedrijf uit tot dé specialist op het gebied van restauratie, renovatie en verbouw en onderhoud van historische panden. Tot zijn klanten kan hij grote bankassociaties, accountants, consulaten en eigenaars van panden in de grachtengordel van Amsterdam rekenen. Veel van de panden vallen onder monumentenzorg. Daarbij brengt hij ware kunstwerken tot stand, waardoor hij zich bijna automatisch van zijn concurrenten weet te onderscheidden.

Certificering
Toch gaf Hans zich onmiddellijk voor het project “De Erkende Hoofdaannemer” op. Hans: “Het hele bedrijfsleven moet zich naar mijn mening steeds weer aanscherpen. Opdrachtgevers in welke tak van sport dan ook, worden steeds mondiger en kritischer. Ook particuliere opdrachtgevers in de bouw. Ik ben er zelfs van overtuigd dat in de nabije toekomst niemand meer met een aannemer in zee gaat als hij niet op de één of andere manier is gecertificeerd.”

De eerlijkheid gebiedt Hans te zeggen dat hij in het begin van het programma

enigszins spijt had van zijn spontane ingeving ‘dat ga ik doen’. “Ik zag het na de eerste sessies niet meer zo zitten. Maar naarmate het programma vorderde, begon ik het steeds interessanter te vinden en raakte ik steeds enthousiaster. Je wordt heel bewust gemaakt van waarmee je bezig bent. 
Je leert heel kritisch naar jezelf en je bedrijf te kijken, je leert de plus- en minpunten zien. Je gaat andere eisen stellen aan je toeleveranciers en je eventuele onderaannemers. En ik vond het heel nuttig en leerzaam met collega’s ervaringen uit te wisselen.”

Hans raadt dan ook al zijn collega’s in de bouw aan het programma te volgen. Alhoewel hij beseft dat voor kleine bedrijven van twee à drie man het wel heel moeilijk zal zijn gezien de tijd en de inspanningen die er mee gemoeid zijn om aan alle 54 gestelde normen te voldoen. Om de eindstreep te halen moest hij nog zoveel werk verzetten, dat hij het maar steeds voor zich uitschoof. Uiteindelijk kreeg hij de juiste bezieling omdat “ik de eerste in Amsterdam wilde zijn”

Michelin-ster
De Erkende Hoofdaannemer “De Cannenburgh” heeft met het behalen van het certificaat niet zijn slotakkoord aangeslagen. “Integendeel, het is slechts een begin. Ik vergelijk het met een Michelin-ster in de horeca. Je moet elk jaar weer bewijzen dat je die waard bent; anders ben je hem zo weer kwijt. Je moet continu aan kwaliteit blijven werken en aan verbeteringen. En stilstand is achteruitgang. Vandaar dat we constant willen inhaken op nieuwe ontwikkelingen, als we daar de voordelen van inzien. Zo gaan we ook op internet.”

Een goede kwaliteitszorg zit overigens niet alleen in het hoofd van Hans. “Al onze medewerkers spelen wat kwaliteitszorg betreft de eerste viool. Als ik alleen al zie hoe ze materialen bestellen of met hun gereedschappen omgaan, dan geniet ik. Sommigen werken dan ook al bijna dertig jaar bij ons. Ze hebben echt de Cannenburgh-gedachte. Dat wil zeggen, wij maken droomkastelen waar.”

Amsterdams wethouder Paulien Krikke reikt het certificaat uit.

 

 

BOUWNED PRIJSUITREIKING

17 mei 2002 Huizen

Geachte dames en heren,

Nu is het moment gekomen om door de uitreiking van een prijs aan te geven, welke keuze de jury heeft gemaakt. Zoals gebruikelijk was dat niet een gemakkelijke zaak en ik heb lang geaarzeld tussen drie kandidaten. Ik zal ze u straks noemen. Maar eerst dit: zoals ik in mijn verhaal al zei, heb ik in het algemeen gesproken nogal wat kritische opmerkingen bij wat ik heb gezien. Dat was natuurlijk alleen het schriftelijke materiaal en wat u verder allemaal doet aan PR en Marketing onttrok zich aan mijn gezichtsveld. Behalve wat ik al vermeldde in mijn verhaal, vielen mij de volgende zaken op:

1. In het algemeen gesproken zit er een brede middelmatigheid in de kwaliteit van het materiaal dat ik kreeg. Vele inzendingen maken de indruk van een 'verplicht nummer'. Wel netjes, niet verrassend. Er moet weer een foldertje komen en dus gooien we er weer wat duur papier en mooie foto's tegenaan. Dat besteden we wel uit, want niemand in huis kan het en er is gene tijd voor. Wat moet je anders?

2. Dat brengt me op het tweede bezwaar: dat wat je anders moet doen, komt onduidelijk naar voren. Men is kennelijk gauw tevreden met een mooie folder. Dat is een menselijk trekje. Je kijkt vertederd naar de foto van je kinderen en kleinkinderen: mooier schepsels bestaan er niet. Maar in werkelijkheid opereer je daardoor allemaal up dezelfde markt met dezelfde boodschappen en wordt de keuze van u als uitvoerder van opdrachten door heel andere zaken bepaald en niet in de eerste plaats door de folder of het logo.
Uw beeld in de hoofden van de klanten is een samengesteld geheel, zoals ik al zei. Eerdere ervaringen bij opdrachtgevers, van horen zeggen door betrouwbare bronnen, wat derden over u schrijven, plus die eigen informatie vormen samen de richtingbepalende keuzeprocessen van de opdrachtgever. Daar kunt u in sturen. Ik vind er te weinig van terug in de materialen, zoals bijvoorbeeld 'getuigen', aanbevelingen, statements van tevreden klanten.

3. Een derde bezwaar vind ik het zo vaak ontbreken van mensen in de folders. Er staan gebouwen, zeker, maar die maak je voor mensen. Een bedrijf bestaat uitsluitend op basis van menselijk kapitaal. Statements van werknemers over de cultuur van uw bedrijf, hun visie op relaties met de klanten, etcetera, zouden de publiciteitsmaterialen sterk kunnen verbeteren.

4. U moet er voor oppassen dat u niet in de gladde cultuurtjes van reclamebureaus terecht komt, die hun receptuur voor alle klanten in gelijke mate gebruiken. Er is teveel verlammende eenheid te zien, trucjes met foto's, grafische grapjes.

Nu de keuze. Ik zei u al dat ik met drie presentaties in de eindronde beland ben. Nummer drie is het materiaal van de PK Bouwgroep (Brabant, Zeeland en Zuid Holland) en met name de folder 'De kracht van teambuilding'. Daarin ziet u de mensen en hun teamwerk centraal staan en de producten duidelijk secundair afgebeeld. Mooi van fotografie. De taal had iets luchtiger gekund. Maar graag een eervolle vermelding.

Nummer twee is De ten Tije Groep te Hengelo. Dat materiaal is in de eerste plaats vrolijk en prikkelt de lezer onmiddellijk. In de verschillende huiskleuren die de groep hanteert komt de diversiteit van het werk tot uitdrukking. De mensen staan royaal in het materiaal centraal en de taal is redelijk goed gebruikt. Een mooie presentatie over d hele linie, opvallend en prikkelend, vergezeld van een duidelijke, informatieve CD.

Nummer één is voor mij de presentatie van De Cannenburgh te Amsterdam. Er zijn verschillende kwalificaties aan de presentatie te geven. In de eerste plaats is het materiaal voornaam van grafische vormgeving en dat correleert sterk met de objecten waar De Cannenburgh vaak mee bezig is. De stijl representeert de doelstellingen en de status en illustreert de pretentie van het bedrijf: te opereren boven de middelmaat. De presentatie op de websites is eerlijk, helder en niet snorkerig van eigendunk, al zijn ze ook 'officieel' de hoofdaannemer van Amsterdam. Erg goed vind ik dat zij het oordeel van anderen in de vorm van elders geplaatste artikelen en in interviews mee laten spreken in hun presentatie. Een mooie hantering van geïntegreerde communicatie. Dat bevordert de communicatie in algemene termen duidelijk. Men moet namelijk de publiciteit over (de prestaties van) een bedrijf in vooral de kleinschalige media qua effect niet onderschatten. De prijs gaat dus naar De Cannenburgh en ik hoop dat u allemaal langs het materiaal wilt lopen, zodat u een indruk krijgt van wat er ingezonden en beoordeeld is.
Doe uw best en verras de jury de volgende keer aangenaam met uw prestaties!

Prof. Dr. Anne van der Meiden

 

(bron: Cobouw)

Waardering opdrachtgever 
beste erkenning aannemer

“De waardering van een tevreden opdrachtgever is de beste erkenning die je kunt krijgen.” Deze historische woorden sprak directeur Hans Valks van Aannemingsmaatschappij De Cannenburgh uit Amsterdam nadat hij uit handen van de hoofdstedelijke wethouder van Economische Zaken Krikke het certificaat De Erkende Hoofdaannemer kreeg uitgereikt. 

Als eerste Amsterdamse aannemer behaalde hij dit certificaat. “Gaan we ons morgen opeens anders gedragen? Gaan we in pakken met gouden tressen de steiger op, zit ik morgen uitsluitend dikke sigaren te roken achter mijn bureau?”, zo vroeg hij zich retorisch af. Want dat is natuurlijk niet zo. Wel vindt hij dat de erkenning iets toevoegt aan zijn bedrijf. En dat niet alleen, hij is er ook van overtuigd dat het wat oplevert in termen van vermindering van de inmiddels zo beroemde faalkosten. 
“Vroeger werkte iedereen in de bouw zo’n beetje op zichzelf. Uiteindelijk kwam er dan toch een goed product tot stand, maar improviseren was normaal. Nu wordt er veel beter gepland en in teamverband gewerkt. Daardoor heb je het totale bouwproces beter in de hand, improviseren hoeft niet meer”, vindt Valks.

Hard werken
Hij geeft toe dat het hard werken is geweest de erkenning te behalen. “Niet dat we het hiervoor slecht deden. Maar je wordt gedurende het proces gedwongen na te denken over wat je in het verleden praktisch op de automatische piloot deed. Het drukt je met de neus op de feiten die je in je achterhoofd wel weet, maar waarvan het veel beter is er bewust mee om te gaan.”
Valks vindt dat de ontwikkelingen momenteel zo snel gaan, dat je niet meer uitkunt onder instrumenten als erkenningen en certificaten. “Al was het maar omdat steeds meer opdrachtgevers die eisen. Maar ook uit management overwegingen is het nodig je op deze manier met het vak bezig te houden. Wie had dat 20 jaar geleden kunnen denken.” Zijn vader, oprichter van het bedrijf, in ieder geval niet, zo weet Valks zeker.

 

 

(bron: ESsets)

klant in beeld

Hans Valks bouwt bijna
zoals hij kookt 

De Cannenburgh:
een toprestaurant met
Michelin-ster 

Wat Hans Valks (52), directeur/eigenaar van aannemingsmaatschappij De Cannenburgh BV niet is: een brugrestaurant over de A4 waar je prima wordt geholpen en je ongetwijfeld met een volle maag weggaat. Een aannemer met een Mercedes, witte helm op de hoedenplank, baal cement achterin. Een stapelaar van `blokkendozen' (nieuwbouw).

door M. Choucours 

Wat Hans Valks wel is: een klein restaurantje, tien tafels, één shift. "Ik kook, mijn vrouw serveert, we gaan voor top." Een aannemer voor wie bouwen een passie is, die zich verdiept in de wensen van zijn klanten en alléén gaat voor kwaliteit. Een restauratiebedrijf, "oplossingen zoeken voor dingen die problemen lijken. Dat geeft mij de bevrediging." 

Hans Valks staat met regelmaat op een vluchtheuvel ergens in Amsterdam te genieten. Zoals een ander opgaat in een goed concert of in een goed boek, zo kan Valks turen naar de overzijde van de straat om volstrekte bevrediging te putten uit zijn 'eigen werk'. Met de 26 andere `Cannenburghers', van wie er 22 daadwerkelijk de steigers op gaan, maakt Hans Valks iedere dag zijn eigen 'kunstwerkjes' in Amsterdam en omgeving. De Cannenburgh, ooit opgericht als A. J. Valks Aannemersbedrijf door vader Guus, specialiseert zich al ruim zestig jaar vol passie en perfectie in restauratiewerkzaamheden.
Een bedrijf met historie (letterlijk), perfectie en klasse. In de doorgaans ruige bouwwereld staat De Cannenburgh bekend als het 'Alliance-restaurant met de Michelin-ster'. Onderscheidend, geen massa en alleen tevreden zijn met topkwaliteit. Hans Valks leerde het vak met blokschaaf, hamer en zaag maar zonder ambachtsschool: hij is timmerman, assistent-uitvoerder, uitvoerder, adjunct-directeur, directeur en directeur/eigenaar.

Welk restauratieobject is uw visitekaartje, uw uithangbord?
"Eentje?", pareert Valks resoluut. "Dat kan niet." Hij pakt een fotoboek en begint te bladeren en raakt steeds enthousiaster. Als een topkok die liefkozend zijn receptenboek laat zien. "Oranje Nassaulaan nummer 1 (Amsterdam Zuid), het voormalige Marokkaanse consulaat. Het hele casco is vernieuwd en onder architectuur verbouwd. Hier, kijk: het Theaterinstituut Nederland aan de Herengracht in Amsterdam.
En deze: Gerrit van der Veenstraat, deze woningen, een compleet nieuwe leien kap en we mochten koperen goten en hemelwaterafvoeren maken. Duur, maar duurzaam, héél mooi. Dan kan ik vanaf de tramheuvel genieten van ons werk."

De Cannenburgh ontving uit handen van de Amsterdamse wethouder als eerste Amsterdamse bouwonderneming een afgeleide van de ISO-certificering: 'De Eerste Erkende Hoofdaannemer'. Wat betekent dat? "Alle bedrijfsprocessen zijn beschreven en vastgelegd. Van het opnemen en behandelen van de telefoon tot de kostencalculatie en de projectevaluatie.
Eens per jaar vindt er een controle plaats door een extern bureau dat toetst of we nog aan de normen voldoen. Ons hele bedrijf wordt dan doorgelicht. Zelf zijn we iedere dag bezig om de kwaliteitsnormen te hanteren en aan te passen."

Prachtig, maar er is geen bouwbedrijf dat zal zeggen: wij leveren slecht werk en kwaliteit interesseert ons niet. Met andere woorden: wat u zegt, zeggen al uw concurrenten ook. Wat merkt uw klant ervan?
"Ze merken het aan de kwaliteit. Maar ook aan de wijze waarop wij onze klanten benaderen en met hen omgaan. Ze merken het aan de service. Ze krijgen een gevoel van 'bij jou zit ik goed'. En omdat alle bedrijfsprocessen gedetailleerd zijn vastgelegd, geeft dat de klant zekerheid. Zekerheid over de wijze waarop het bedrijf in elkaar zit.
Zekerheid over de procedures, zekerheid over klachtenaf­handeling. Dat merkt de klant van het begin tot het einde. Wat de klant verder merkt is: vertrouwen.

Vertrouwen scheppen en waarmaken, dat is de basis. Ik ben geen brug­restaurant over de A4, waar je prima wordt geholpen en ongetwijfeld met een volle maag weggaat, maar waarvan ik mij verbeeld dat je daar minder aandacht krijgt dan je misschien zou wensen. Ik ben een klein restaurantje. Tien tafels, één shift, ik kook, mijn vrouw serveert, we gaan voor top."

Mevrouw Valks brengt inderdaad koffie.
Is uw eigen bedrijfsfilosofie ook degene die u herkent bij Effecten­bank Stroeve?"Absoluut, ik ben geen man die met de grijze massa wil meelopen. Je moet je kunnen onderscheiden. Normen en waarden zijn voor mij erg belangrijk. De grootbanken zijn mij te log, daar val je niet op. De eerste keer dat ik binnenkwam op het kantoor van Effectenbank Stroeve was ik onder de indruk: klein, betrokken, aandacht. Het kraken van het parket, wow! Die pure, oude degelijkheid heb ik nodig gecombineerd met de moderne aanpak. Ik voel mij bijzonder bij hen thuis, ik hou ook van de directe korte contacten. De uitstraling spreekt mij zeer aan: het kantoor, het briefpapier (vind ik erg belangrijk) en de kleurstelling. Een bank ook van normen en waarden."

Normen en waarden
"Je merkt dat ze aandacht voor je hebben, met vertrouwen en respect. Op die manier ga ik zelf ook met mijn eigen klanten om. Ik wil zo breed mogelijk geïnformeerd zijn, ook ik wil weten wie ze zijn, hoe ze in elkaar steken. Ook ik moet een 'plaatje' krijgen om hun het juiste advies te kunnen geven. Dat geldt ook voor Effectenbank Stroeve. Naast het zakelijke is er ook ruimte en tijd om over andere dingen te spreken. Erg belangrijk."

Hoe zou u uw relatie met Effectenbank Stroeve willen omschrijven?
"We weten elkaar te vinden als we elkaar nodig hebben. Als er marktverschuivingen optreden, weten ze mij te vinden en andersom ook. Zoals vorige week, toen ik nerveus begon te worden en ik Lennard Sigling (Effecten­bank Stroeve - red.) belde met de vraag: 'Kan ik vanavond nog een flesje wijn opentrekken of kan ik hem beter laten liggen. ..?' Maar hij belt mij ook als hij denkt dat het nodig is. Hij weet mij altijd te vinden.

Een topkok heeft ook wel eens een misser...
Lachend: "Ik ken goede en slechte tijden. We gokken niet, ik ben heel ouderwets. We hebben een weloverwogen strategie waarin behoedzaam wordt belegd. Ik hou het bij beleggen, ik ben ervan overtuigd dat daar op langere termijn altijd rendement uitkomt. Maar, je moet geduld hebben..."

Heeft u nog wensen met betrekking tot de diensten van Effectenbank Stroeve?
"Ik heb er lang op gewacht en ik ben nu erg blij dat het is gekomen: je eigen portefeuille in beeld via internet. Ik vind het erg leuk om zo direct betrokken te zijn bij mijn portefeuille. Die gaat zo meer leven. Wat ik verder hoop is dat Effectenbank Stroeve haar identiteit en klantbena­dering behoudt. Laat Stroeve vooral Stroeve blijven. Banken met lange lijnen waar niemand een beslissing durft te nemen hebben we al genoeg. Daarom prefereer ik ook kleine eetgelegenheden..."

 

 

(bron: “VerBOUWblad” editie 2000)

verBOUWblad (jaargang 8, editie 2000)
Uw huis in topconditie 
met een onderhouds-
meerjarenplan


- t i p s -

Is de dakbedekking nog in orde? Hoe is het gesteld met het metsel- en voegwerk? Zitten de kozijnen nog wel strak in de lak? En is de regenpijp niet verstopt? Regelmatig onderhoud is noodzakelijk om uw woning in optimale conditie te houden. Het opstellen van een onderhoudsplan helpt u daarbij en zorgt ervoor dat u niets over het hoofd ziet, zodat de waarde van uw huis behouden blijft.

Hoe degelijk en duurzaam de bouwmaterialen van tegenwoordig ook zijn, op den duur ondervinden ze toch de nadelige gevolgen van regen, sneeuw, hagel, en zonneschijn. Door gebreken aan uw woning tijdig op te sporen en te verhelpen, kunt u zowel de materiële als de financiële schade binnen de perken houden.

Grondige inspectie
Een woning is een gebruiksartikel dat onderhoud nodig heeft. Wanneer u de bouw of verbouwing achter de rug heeft, betekent dat dus niet dat u de eerstkomende jaren geen omkijken naar uw huis heeft. Het is aan te raden in elk geval één keer per jaar een grondige inspectie te houden. U kunt dat zelf doen aan de hand van de controlelijst in het hart van dit blad, of u kunt de inspectie door een deskundige laten uitvoeren: de NVOB aannemer. “Vooral de daken, de goten, het metselwerk en de kozijnen moeten goed in de gaten worden gehouden. Dat kan het beste gebeuren door een vakman die weet waar hij op moet letten. Veel mensen wagen zich bijvoorbeeld nooit op het dak van hun woning en weten daardoor niet in welke staat het verkeert. Misschien zijn er wel dakpannen verschoven door een hevige storm, of kan het water niet goed afgevoerd worden omdat de goten verstopt zijn. Als dergelijke mankementen niet snel verholpen worden, kan er lekkage ontstaan.” Vertelt Hans Valks, directeur van een in onderhouds-, renovatie-, en restauratiewerkzaamheden gespecialiseerd aannemingsbedrijf.”

Onderhoudscontract
Achterstallig onderhoud kan voorkomen worden door het afsluiten van een onderhoudscontract. Alle zorgen worden

u daarmee uit handen genomen. “Als je te lang wacht met het plegen van onderhoud, kunnen de kosten enorm oplopen. Met een contract wordt het gehele huis stelselmatig aangepakt en kan er geen enkel onderdeel aan de aandacht ontsnappen. Zo worden de liggende delen van het houtwerk om de twee jaar van een nieuwe verflaag voorzien en om de vijf jaar wordt al het houtwerk opnieuw in de verf gezet. Ook houden we bijvoorbeeld het metsel-, voeg-, en ijzerwerk goed in de gaten. Als het voegwerk is aangetast kan een muur door de inwerking van regenwater slecht worden en na verloop van tijd zelfs gaan scheuren”, legt Hans Valks uit. “Meestal stellen wij onderhoudsplannen voor vijf of tien jaar op. Dan krijgt de klant voor langere tijd in kaart gebracht wat er aan onderhoud gaat plaatsvinden en wat hem dat gaat kosten. Als de opdrachtgever per jaar één à twee procent van de waarde van de woning als onderhoudsbudget reserveert, beschikt hij normaal gesproken over voldoende geld om de woning in goede conditie te houden.

Buiten en binnen
Niet alleen de buitenkant van uw woning vergt onderhoud, ook binnenshuis moeten bepaalde zaken goed in de gaten worden gehouden. Zo is het belangrijk om uw cv- en elektriciteitsinstallatie elk jaar te laten controleren door een erkend installatiebedrijf dat gebonden is aan garanties en goede kwaliteit levert. Verder moet bijvoorbeeld het filter van uw afzuigkap regelmatig vervangen worden, want vet en vuilaanslag zijn zeer brandbaar. En wanneer u het koelelement van uw koelkast bij tijd en wijle niet van stof en vuil ontdoet, kan het minder goed zijn werk doen. Als u één keer per jaar de sifon van uw wastafel schoonmaakt, raakt de afvoer niet verstopt. Door een lekkende kraan of stortbak betaalt u als snel tientallen kubieke meters water teveel! Verfwerk verdient binnen en buiten regelmatig een schoonmaakbeurt. Wanneer u bij het wassen van de ramen ook de geverfde delen afneemt, scheelt dat enorm in het onderhoud. De verf gaat hierdoor namelijk jaren langer mee. 

Tip 1
Op het gebied van milieuvriendelijke materialen bestaan tegenwoordig vele keuzemogelijkheden. Voor het onderhoud van uw kozijnen en deuren is er bijvoorbeeld verf op waterbasis verkrijgbaar in alle kleuren van de regenboog. En als u toch aan vervanging van uw sanitair toe bent, denk dan eens aan een waterbesparende kraan en douchekop of aan een toiletreservoir met spaarknop.

Tip 2
Stel niet tot morgen uit wat u vandaag kunt (laten) verhelpen. Want hoe langer u wacht, hoe meer kans u loopt dat kleine gebreken zich verergeren en hoe hoger de kosten worden. Lopen de herstelwerkzaamheden desondanks toch behoorlijk in de papieren? Uw NVOB aannemer helpt u graag bij het opstellen van een onderhoudsplan dat past bij uw budget en bij de staat van onderhoud van uw huis.

Tip 3
Controleer uw woning bij voorkeur in de herfst, na het vallen van de bladeren, op eventuele onvolkomenheden. Dan kunt u tijdens uw inspectieronde meteen de goten schoonmaken. Kijk goed welke gebreken direct hersteld moeten worden en welke kunnen wachten. Overleg met uw aannemer wanneer het onderhoud het beste kan plaatsvinden. In de wintermaanden heeft de aannemer meer tijd en ruimte.

Tip 4
Als u het onderhoud aan een NVOB aannemer uitbesteedt, bent u verzekerd van kwaliteit. Bovendien kan hij voor u het gehele project verzorgen. Daarbij werkt hij altijd samen met gekwalificeerde onderaannemers als elektriciens en loodgieters.

 

 

(bron: “Vivenda” februari 1998)

Als u hier
               klikt komt u bij een videofragment van de uitzending van 25 januari 1998.Kijk op Wonen
De verbouwing

Met achterstallig onderhoud ben je uiteindelijk vaak duurder uit

In de steigers

Hoe belangrijk het is om een huis regelmatig te onderhouden, bleek uit aflevering 8 op 1 februari van Kijk op Wonen. Daarin zagen we hoe er grondig moest worden verbouwd, nadat er jarenlang geen onderhoud was gepleegd aan een monumentaal pand in Amsterdam.

Tekst en fotografie: Esther Voet

Hoe langer er gewacht wordt met het onderhoud van bijvoorbeeld houten kozijnen, des te groter is de kans dat er vocht bij het hout komt en de zaak wegrot. In sommige gevallen is herstel onmogelijk en dan moeten er geheel nieuwe kozijnen worden geplaatst. Soms is het mogelijk om oude kozijnen uit de gevel te halen en ze in een speciale werkplaats geheel te restaureren. Dit is vooral interessant voor oude panden, waarin niet alles meer even recht in het lood staat of op maat is, zoals het Amsterdamse pand van Lidwien Baten.
Een bedrijf dat onder meer oude kozijnen, balkons en erkers op die manier restaureert is aannemingsmaatschappij De Cannenburgh te Amsterdam, waarvan Hans Valks directeur is. Hij vertelt:”Zeker de kozijnen die zich aan de regenkant, op het zuiden of westen, van het pand bevinden, moeten vaak in z'n geheel worden vervangen. De kosten hiervan zijn afhankelijk van onder meer de profilering, detaillering en de beglazing.”

Houten kozijnen stijgen in populariteit
Nadat de afgelopen decennia kunststof- en aluminium kozijnen de vertrouwde houten kozijnen leken te verdringen, is er weer een kentering gaande. Allereerst blijken kunststof en aluminium niet zo ‘zorgenvrij’ als werd gedacht. Kunststofkozijnen blijven het mooist als ze eens per halfjaar in de was worden gezet en regelmatig worden schoongehouden. Gebeurt dit niet, dan trekt het vuil in de kunststof en gaat het er nooit meer uit. Voor aluminium is regelmatig in de was zetten ook van essentieel belang. Zeker om corrosie tegen te gaan. Heeft die inmiddels toegeslagen, dan kan een aluminiumkozijn na het opbrengen van een primer van een verflaag worden voorzien. Voor hoge gebouwen, zoals de Rembrandttoren in Amsterdam, zal het lichte metaal als materiaal voor kozijnen dé oplossing blijven. De verwachting is echter dat bij andere gebouwen het oude, vertrouwde hout het uiteindelijk zal gaan winnen van het kunststof.
Maar ook hout vereist het nodige onderhoud: om de twee jaar moet het schilderwerk.

worden nagelopen, vooral moet worden gelet op de liggende delen, waarop water kan blijven staan. 

Maar bij alle drie de materialen geldt: goed schoonmaken verlengt de levensduur.

Gevel reinigen
In de loop der jaren vormt zich op iedere gevel een bepaalde aanslag. Bij panden in de binnenstad verloopt dit proces sneller dan bij huizen op het platteland, simpelweg omdat een deel van de aanslag bestaat uit neergeslagen uitlaatgassen. Men kan dus rustig stellen: hoe meer milieuverontreiniging: des te sneller is de gevel vies. Vroeger werd deze aanslag letterlijk met zilverzand bestraald. Onder hoge druk werd een toplaag van de steenstructuur weggespoten, waardoor de muur weer zijn oude, oorspronkelijke kleur terugkreeg. Maar die vorm van zandstralen was zeer belastend voor het milieu, omdat er veel kwarts bij vrijkwam. Daarom wordt er tegenwoordig veelal met glaspoeder gestraald, dat veel milieuvriendelijker is. Om daarna de poriën van de muur te dichten wordt de muur gehydrofobeerd, wat inhoudt dat de muur waterafstotend wordt. Woont u in de binnenstad, dan is het raadzaam om de behandeling iedere vijf à tien jaar te herhalen. Voor monumenten is men er tegenwoordig toe overgegaan deze met hoge druk stoom te reinigen.

Verrotte hijsbalk: levensgevaarlijk
Een verrotte hijsbalk kan levensgevaarlijk zijn. Veel bewoners hebben er geen flauw vermoeden van in wat voor staat hun hijsbalk verkeert. Als een bewoner niet weet dat de balk verrot is en vervolgens denkt zijn spiksplinternieuwe vleugel ermee naar binnen te kunnen hijsen, kan de zaak breken en is de ramp niet te overzien. De hijsbalk verrot door achterstallig onderhoud: de noodzakelijke loden of zinken bekleding ontbreekt of de verf bladdert af, waardoor wind en water vrij spel hebben.
De kosten hiervoor zijn per geval weer verschillend omdat dit afhangt van de situatie ter plaatse.

Lidwien Baten vertelt presentatrice Lucille Werner dat ze te kampen heeft met een verrotte hijsbalk. (Hans Valks links in beeld)

 



als hout niet onder-
houden wordt, neemt 
de natuur het over.
 

 

 

(bron: “De Volkskrant”22 oktober 1999)

Voor een loopbriefje 
                is twee dagen kort

Bureaucratie is een taai fenomeen. De strijd ertegen, mede door de overheid gevoerd, duurt al twintig jaar. Bedrijven merken er weinig van. Sterker. De papierberg wordt steeds hoger.
Van onze verslaggever Theo Klein


Hans Valks, directeur van 
Aannemingsmaatschappij De Cannenburgh.

AMSTERDAM – “Oh, het loopbriefje”, roept Hans Valks spontaan als hem naar bureaucratische rimram wordt gevraagd. Valks is directeur van aannemersbedrijf De Cannenburgh BV. Het loopbriefje is de lijst die een aannemer in Amsterdam krijgt als hij aan Bouwtoezicht toestemming vraagt om een bouwplaats in te richten.
Valks: “Op het loopbriefje staat welke vergunningen je moet aanvragen en war je dat moet doen. Overal moet je een vergunning voor hebben. Voor steigers, tijdelijke parkeerplaatsen, containers. Je moet langs het energiebedrijf en de waterleiding. Overal gelden andere openingstijden. Als je geluk hebt, lukt het om in twee dagen alle stempels binnen te hebben.”
Valks begrijpt ook wel dat de administratie niet meer achter op een sigarendoos kan, zoals zijn vader nog meemaakte, maar het is nu wel erg naar de andere kant doorgeslagen. Valks: “Ik heb soms het gevoel dat ik maandag begin met te voldoen aan alle voorwaarden van de overheid en dat ik op vrijdagmiddag aan mijn eigen werk kan beginnen.”
Voordat een medewerker van Valks met het loopbriefje op pad kan, heeft de baas zich vaak al door een flinke berg papier geworsteld om zijn bouwvergunning te krijgen. Voor de goedkeuring staat drie maanden. Maar niet zelden vraagt de gemeente op de valreep drie maanden uitstel.
En dan heeft de aannemer het nog niet over de rompslomp die de loonadministratie met zich meebrengt. Die wordt gezien als een natuurverschijnsel dat elke ondernemer in Nederland treft. MKB-Nederland (Midden- en Kleinbedrijf) heeft de ingewikkelde manier waarop salaris en premies worden berekend op nummer 1 gezet in de bureaucratische top tien.

“Omdat we in Nederland aparte begrippen voor loon in de fiscale en loon in de sociale sfeer hanteren, wordt de loonadministratie in feite dubbel gedaan” zegt Jurgen Warmerdam van MKB-Nederland.

Hij schat dat versimpeling van de regels alleen al miljarden zou opleveren. “Een loonadministratie van vier man, kan dan met anderhalve man worden ingekrompen.”

Uit het voorbeeld van mevrouw Van Beek blijkt hoe vaak een startende ondernemer wordt geconfronteerd met voorschriften van de overheid. Bij het opzetten van haar broodjeszaak kreeg ze te maken met het gemeentehuis, de Kamer van Koophandel, de Belastingdienst en het Bedrijfschap Horeca. Ze moest zich verdiepen in boekhoud- en bewaarplicht, belastingen Warenwet en milieuwetgeving.
Toen ze een vriendin als hulp aannam, werd de administratie haar te veel en besteedde ze die uit aan een accountant. 
Die wierp zich op de loonheffing / premies volksverzekeringen, premieheffing werknemersverzekering, verzuim en Arbo. De zaak loopt goed, inmiddels heeft Van Beek vijf mensen in dienst.
Haar bedrijf is omgezet in een BV met de nodige extra administratieve verplichtingen. Van Beek heeft nu te maken met elf soorten wetgeving. Ze moet voldoen aan tientallen regelingen van rijk, gemeente, Kamer van Koophandel en Arbo-dienst. De kosten zijn opgelopen tot meer dan twaalf mille per jaar.
De commissie administratieve lasten richt zich met name op verlichting van de last voor ondernemers. Die hebben het meest te lijden onder de bemoeienis van de overheid. Maar het bedrijfsleven staat sceptisch tegenover de pogingen van de commissie een kwart van de regels te schrappen. De komst van een nationaal adviesorgaan wordt met enig argwaan bekeken.

Jurgen Warmerdam van MKB-Nederland betwijfelt of vereenvoudiging van het loonstrookje haalbaar is. Daarvoor zouden alle instanties die zich nu bezig houden met innen van belasting en premies moeten worden samengevoegd tot een premiebelastingdienst. Warmerdam: “Die willen daar natuurlijk niet aan.”

 

 

tel: 020 665 03 03 | info@cannenburgh.nl